Het oudersverstotingssyndroom… Te weinig bekend, gekend, erkend en herkend?

 

Klachten

Verstoten ouders klagen er vaak over dat ouderverstoting nog te weinig bekend is. Verstoten ouders ervaren soms weinig begrip van hun omgeving. Het valt ook niet mee om aan de omgeving uit te leggen waar de contactbreuk met hun kind vandaan komt. De omgeving denkt nog te vaak dat er wel iets mis moet zijn met de verstoten ouder. Als je kind je niet meer wilt ontmoeten, moet je hem toch wel slecht behandeld hebben, nietwaar? Misschien geldt die kwalijke redenering nog meer als het om een verstoten moeder dan om een verstoten vader gaat?

Heel wat verstoten ouders beseffen zelf niet hoe zij de contactbreuk met hun kind moeten benoemen. De naam ‘ouderverstoting’ is hen vaak ook onbekend. Vaak denken ze dat ze de enigen zijn die verstoten worden. Het is voor hen vaak een hele opluchting als ze vernemen dat ook andere ouders na de scheiding geen contact meer hebben met hun kinderen.

Heel wat verstoten ouders begrijpen zelf niet wat er aan de hand is. Zij vragen zich af wat er  mis met hen is. Ze piekeren over de vraag wat ze toch wel fout hebben gedaan. Ze voelen zich beschaamd en durven over de verstoting met niemand te spreken. Wat moeten de anderen wel niet van mij denken? Dat ik zo slecht ben als mijn ex (en mijn kind) altijd zegt?

 

Professionelen

Wat deze ouders nog pijnlijker vinden is dat ook betrokken professionelen, zoals de hulpverlening en justitie zich nauwelijks bewust zijn van het verschijnsel ouderverstoting. Ze ervaren onbegrip voor hun situatie. Nochtans moeten de medewerkers van justitie oordelen over de contactbreuk en maatregelen nemen. Ook heel wat hulpverleners laten hen in de kou staan, terwijl verstoten ouders steun verwachten en hulp om het contact met hun kind te herstellen.

Nog te weinig hulpverleners en medewerkers van justitie hebben zich in ouderverstoting verdiept. De kenmerken van het kind met een ouderverstotingssyndroom en de processen van indoctrinatie van het kind door de verblijfouder en de demonisering van de verstoten ouder door de verblijfouder zijn hen niet bekend.

In het geval van een contactbreuk tussen een kind en zijn ouders denken ook professionelen al te gemakkelijk dat de verstoten ouder de kinderen onheus heeft behandeld, hen misschien wel heeft mishandeld. Zij weten echter niet dat er andere verklaringen voor een contactbreuk  bestaan dan de realistische reden van kindermishandeling. Laat staan dat ze beseffen dat ouderverstoting zelf een vorm van emotionele kindermishandeling is.

 

De buitenkant

Professionelen worden geconfronteerd met de buitenkant van de ouderverstoting. Zij zien een kind dat geen contact wil met een van zijn ouders, daarin hardnekkig is en er allerlei verklaringen voor geeft. Al te gemakkelijk zijn ze geneigd zich neer te leggen bij de wil van het kind. Hij zal wel goede redenen hebben om die ene ouder niet meer te willen ontmoeten! Kinderen die geen (goede) argumenten aanvoeren zullen wellicht niet de juiste woorden vinden om die argumenten te verwoorden! Waarom zouden we een kind dat geen contact wil met een ouder lastigvallen en hem weer in contact trachten te brengen? Laat staan het kind daartoe te dwingen?

Het is ook niet gemakkelijk om de verklaringen van zo’n kind (en zijn verblijfouder) te toetsen. De indoctrinatie en de demonisering doen zich grotendeels binnen de beslotenheid van hun relatie voor. Deze processen kunnen bewust en expliciet of onbewust en subtiel verlopen. Vaak zijn het alleen maar de intimi in de onmiddellijke omgeving van de verblijfouder die getuige zijn van het proces van verstoting. De buitenstaanders, ook de professionelen, hebben geen rechtstreeks zicht op wat er zich in de omgang tussen verblijfouder en kind afspeelt.

Ouderverstoting is een complex verschijnsel met een rol voor alle betrokkenen, de verblijfouder, de verstoten ouder, het kind en de omgeving. Hoe moeten we de contactbreuk dan verstaan?

 

Woorden, woorden, woorden…

De verhalen van beide ouders staan haaks op elkaar. Soms beschuldigt de verblijfouder de verstoten ouder van emotionele mishandeling, verwaarlozing, fysieke agressie, seksueel misbruik… Terwijl de verstoten ouder dat ten stelligste ontkent! Wie moet men dan geloven? Bovendien, welke hulpverlener, welke medewerker van justitie voelt zich niet ongemakkelijk bij een klacht van kindermishandeling? Zo’n klachten kan, mag je niet over het hoofd zien!

De verstoten ouder weert zich, beroept zich op zijn rechten als ouder, voert tegenargumenten tegen de beschuldigingen aan, onderneemt machteloos pogingen tot contactherstel, maar vangt bot. De verblijfouder presenteert zich als een bezorgde ouder die alleen maar handelt in het belang van zijn kind. Blijkbaar vindt deze ouder het ook alleen maar goed dat het kind contact heeft met zijn beide ouders. Evenwel ‘teleurgesteld’ stelt hij vast dat zoon- of dochterlief geen contact wil en er ook niet toe over te halen is. De verblijfouder verzucht dat hij het kind toch niet kan dwingen om naar de andere ouder toe te gaan? Hoe zou hij dat trouwens moeten doen? Met geweld?

En dan zijn er nog de reëel mishandelende ouders die zich verschuilen achter het ouderverstotingssyndroom.

Ook advocaten spelen hier een belangrijke rol. Sommige verdedigen kritiekloos hun cliënt en helpen hem met ronkende woorden aan verklaringen die met de realiteit niets van doen hebben. De advocaat hoort zijn cliënt te verdedigen. Daar wordt hij voor betaald. Maar ook de advocaat weet doorgaans niet wat zich in werkelijkheid afspeelt. Ook voor hem is de situatie onduidelijk. Menig hulpverlener en justitiemedewerker trapt in de valkuil van de argumenten van de advocaat van de verblijfouder. De advocaat van de verstoten ouder slaagt er niet in aan te tonen dat zijn cliënt de kinderen niet heeft mishandeld en wel een goede ouder kan zijn.

En ondertussen zitten we nog altijd met een kind dat geen contact meer wil met een van zijn ouders. Hoe moeten we dat begrijpen? Kunnen we die wens zomaar naast ons neerleggen? Voor mening professioneel is ouderverstoting een kluwen waar hij maar moeilijk uitgeraakt.

 

De leugen en de waarheid

De realiteitswaarde van de klachten, mishandeling versus verstoting, onderzoeken is niet eenvoudig. De leugens onderscheiden van de waarheid is niet evident. Duidelijkheid krijgen is soms een haast onmogelijke zaak. Wat zijn de kenmerken van ouderverstoting, van de betrokkenen? Zijn er typische eigenschappen? Alleen goed opgeleide hulpverleners en justitiemedewerkers die zich toeleggen op de problematiek van ouderverstoting zijn in staat via interviews met het kind een betere inschatting te maken. Professioneel gevoerde gesprekken in het kader van het hoorrecht en psychologisch en sociaal onderzoek alsook onbevangen observaties van het gedrag van de betrokkenen kunnen duidelijkheid verschaffen en het onderscheid helpen maken tussen ouderverstoting en kindermishandeling.

 

Handboeken

Hoe zit het met de officiële erkenning van ouderverstoting? Het ouderverstotingssyndroom wordt door de kinderpsychiatrie officieel nog steeds niet erkend. Zo werd het syndroom niet als dusdanig opgenomen in de DSM-5, de vijfde editie van het Diagnostic and Statistical Manual van 2014. Deze criteria voor psychiatrische aandoeningen worden opgesteld door de American Psychiatric Association, maar wordt wereldwijd erkend als dè leidraad voor de diagnostische categorieën van de psychiatrie.

Toch hebben hulpverleners en onderzoekers altijd al de stellige indruk dat het fenomeen van ouderverstoting wel degelijk bestaat. Velen hadden trouwens verwacht dat de DSM-5 ouderverstoting wel zou opnemen.

Sommige auteurs stellen dat ‘de geest van verstoting’ wel degelijk aanwezig is in het handboek van de DSM-5. Misschien zouden we het ouderverstotingssyndroom dan kunnen classificeren onder de categorie ‘Ouder-kindrelatieproblemen’. Bij een concrete beschrijving van deze categorie lezen we o.m. ‘overmatige druk uitgeoefend door ouders’ en ‘ongegronde gevoelens van vervreemding’. We zouden ook kunnen denken aan de categorie ‘Psychische mishandeling van een kind’. Bij een concrete beschrijving lezen we hier: ‘niet-accidentele verbale of symbolische handelingen door de ouder of verzorger van een kind met als gevolg, of waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat dit zal resulteren in, psychisch letsel bij een kind’.

 

Afwijzing of niet?

Een naar gevolg van het niet opgenomen zijn van het ouderverstotingssyndroom in de DSM -5 is wel dat sommige hulpverleners, justitiemedewerkers en advocaten het syndroom afwijzen, weigeren te erkennen, te benoemen en zelfs te onderzoeken. Ouderverstoting wordt immers niet erkend door de officiële kinderpsychiatrie!

Daarom is het goed dat de ICD-11 van 18 juli 2018, het internationaal classificatiesysteem van alle ziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie, het probleem nu wel erkent onder de benaming ouderverstoting/oudervervreemding. Maar de ICD is voor psychiatrische aandoeningen minder gangbaar dan de DSM. Hopelijk is de erkenning van ouderverstoting door de ICD-11hoe dan ook een opstap naar het opnemen van ouderverstoting in een toekomstige versie van de DSM. Hiermee zou ouderverstoting dan een definitieve erkenning krijgen. Dat betekent dat ook de mensen in de praktijk niet langer een reden hebben om ouderverstoting af te wijzen

 

Wel leed

We mogen immers niet vergeten dat ouderverstoting aanzienlijk leed met zich brengt. En dat voor alle betrokkenen!  Dus die erkenning is wel nodig!

Voor het kind is er het jarenlange gemis van een ouder met verdriet en boosheid. Hij heeft het gevoel in de knel te zitten tussen twee ouders en lijdt onder een loyaliteitsconflict. Misschien voelen sommige kinderen zich wèl schuldig over de contactbreuk. Heel wat kinderen zijn niet in staat om al deze pijnlijke gevoelens te verwoorden. Bij een contactherstel na lange tijd is het onmogelijk om de verloren jaren in te halen. Het kind ontbeert een stuk van de wortels van zijn bestaan, een gemeenschappelijke geschiedenis met een ouder met mogelijk nadelige gevolgen voor zijn identiteitsontwikkeling. Re-integreren in het leven en het (eventueel) nieuwe gezin van de verstoten ouder loopt niet van een leien dakje en brengt nieuwe pijnen met zich mee. En dat zowel voor de verstoten ouder (en eventueel diens partner en zijn kinderen) als voor het kind. In het slechtste geval lukt het integratieproces met de verstoten ouder niet, ontstaat er ook een breuk met de verstoten ouder (cfr.infra) en verliest het kind zijn beide ouders.

Voor de verstoten ouders is er het (soms jarenlange) gemis van een kind. Ze kunnen hun eigen kind niet zien opgroeien en ontwikkelen. Ze kunnen hun kind niet verzorgen, opvoeden en hun waarden en overtuigingen met het kind delen. Ze kunnen niet genieten van de omgang met hun kinderen. Ze staan machteloos tegenover de contactbreuk en de verstoting. Wat ze ook ondernemen, ze kunnen het contact niet herstellen. De rechtsgang is een nachtmerrie. Contact krijgen met hun kind is zeer moeilijk of onmogelijk en wordt hen (vaak) niet in dank afgenomen. (*) Ze moeten de omgeving informeren over de verstoting en zich verdedigen tegen vooroordelen en veroordelingen. Sommigen verstoten ouders worden depressief of krijgen andere klachten. Ook de grootouders langs de kant van de verstoten ouder kunnen lijden onder de grootouderverstoting.

Voor de verblijfouder is er het krampachtig vastzitten in het verstotingsproces. Hij moet de contactbreuk blijven controleren en erop toezien dat die in stand blijft. Het blijven indoctrineren van het kind en het demoniseren van de andere ouder slokken veel energie op en hypothekeren het eigen geluk. Als het kind na verloop van tijd toch weer contact krijgt met de verstoten ouder kan de verblijfouder geconfronteerd worden met een kind dat hem/haar ‘ontmaskert’ als een leugenaar en verwijten maakt over het veroorzaken van de contactbreuk. Mogelijk ontstaat er zelfs een contactbreuk tussen de verblijfouder en zijn kind.

 

Witte raven?

Vanzelfsprekend zijn er professionelen die wel op de hoogte zijn van wat ouderverstoting is, die wel degelijk notie hebben van de mechanismen van indoctrinatie van het kind en demonisering van de andere ouder, die vraagtekens durven plaatsen bij een contactbreuk, die de toestand uiteindelijk ook wel ernstig onderzoeken en er iets aan willen doen.

Heel veel verstoten ouders hebben de indruk dat het vooralsnog witte raven zijn die openstaan voor hun klachten over de contactbreuk met hun kind. Ook al moet gezegd dat het aantal specialisten inzake ouderverstoting toeneemt. Helaas stijgt ook het aantal vermeende specialisten…

 

Vooruitgang?

Er blijkt ook meer maatschappelijke bewustwording te ontstaan van het ouderverstotingssyndroom en dat via de reguliere en de sociale media.

Belangengroepen en zelfhulpgroepen rijzen als paddenstoelen uit de grond en schreeuwen om erkenning.

Steeds meer professionelen, zowel hulpverleners als medewerkers van justitie en advocaten informeren zich en laten zich vormen inzake onderzoek en aanpak.

Kinderen hebben recht op hun beide ouders, zijn ‘van nature’ loyaal tegenover hun beide ouders,  ‘willen hun papa en mama, allebei!’…  Hopelijk leidt het toegenomen bekend, gekend, erkend en herkend zijn van ouderverstoting uiteindelijk tot contactherstel met de verstoten ouder en hebben kinderen weer omgang met hun beide ouders. Een voorwaarde bij uitstek voor kinderen om de echtscheiding van hun ouders goed te verwerken en er onbeschadigd uit te komen…

 

(*) Zie mijn column ‘Kunnen verstoten (groot)ouders contact houden met hun (klein)kind?’

3 Responses

  1. Lut vergote zegt:

    Zeer mooi en welomvattend verwoord hoe dit fenomeen gecreëerd wordt met alle gevplgen vandien! Dank voor de aandacht die vanuit de professionele hoek komt.
    Een professional en verstoten ouder die alle wonden ineen moeizaam proces van contactherstel probeert te healen

  2. Anoniem zegt:

    Een interessante uiteenzetting die alle aspecten van ouderverstoting belicht . Het gebrek aan expertise over ouderverstotong bij professionele hulpverleners en bij justitie verhindert inderdaad een adequate aanpak van het probleem. Nochtans is ouderverstoting een ernstige vorm van psychische kindermishandeling die zich uitstrekt over vele jaren waardoor alle betrokken personen langdurig geschaad worden.
    Eerbiediging van het ‘familieleven’ betekent een voortzetting van de ouder-kind-relaties en is een mensenrecht, in 1950 neergelegd in het Europees verdrag van de Rechten van de Mens. Ouderverstoting is ingegeven door ex-partner-emoties en niet door ouderlijke zorg.
    Ook na de scheiding hebben kinderen en ouders recht op de voortzetting van hun relatie! Dank voor uw bijdrage aan de bewustwording van dit vreselijke ONRECHT waarvan zoveel onschuldige kinderen en (groot)ouders nog steeds het slachtoffer zijn.

  3. Vanessa Maes zegt:

    Beste Ludo,
    Ook wij worden in Alianza meer en meer geconfronteerd met deze situaties. We voelen dat het afdoen als een eenvoudig contactbreuk vaak de lading van wat er aan de hand is niet dekt. Een classificatie én hulpmiddelen om in te schatten wat er aan de hand is, is nodig. Milde vormen geraken nog in therapeutische centra. Maar vaak is het moeilijk de grens tussen de gekwetstheid van een kind en de teleurstelling in één van beide ouders af te wegen tegen de gevolgen, nl. het verbreken van het contact. Wanneer vraagt een kind rust vanuit het hoogconflict? En wanneer is er meer aan de hand? Ik blijf het verschrikkelijk moeilijk vinden en zeer complex. Ernstige vormen met jongere kinderen stromen bij ons niet binnen in een kader van vrijwillige hulp. Wel de ouders die het contact verloren en zoekende zijn hoe ze kunnen blijven staan, hoe ze zelf kunnen blijven hun ouderschap trachten vorm te geven. Voor herstel is er, vermoed ik, inense samenwerking met jeugdhulp en justitie aangewezen.
    Ben vragende partij om hier met jou eens rond van gedachten te wisselen.
    Ik denk dat er verschillen en gelijkenissen zijn tussen onze visies. Dat kan alleen een zeer boeiend gesprek worden.
    Groetjes
    Vanessa

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.